Nederland in al zijn verhalenReizen · erfgoed · cultuur · natuur
HomeHolland Magazine
Nederlands

Volksverhalen / Alle verhalen / Noord-Holland

Noord-Holland · Zeemeerminnensage

De vrouw die niet aan land hoorde

Edam vangt een wonder. Haarlem vindt dat het recht heeft op een groter wonder. Niemand vraagt het wonder wat zij wil.

Een zwijgende zeemeermin met menselijke benen staat in een teil; stadse heren bieden haar een kanten kraag aan
De heren wisten precies wat goed voor haar was.

Het eerste wat de heren van Edam aan de zeemeermin verbeterden, was haar haar.

Er zat wier in. Dat hoorde niet. Ze was nu immers gered.

Dat zij voortdurend naar het water wilde, beschouwden ze als een gevolg van de schrik.

De vrouwen die haar uit het Purmermeer hadden gehaald, hadden stevig moeten roeien. Na een storm was ze er verdwaald geraakt. De zee had haar mee naar binnen geslagen en de herstelde dijk had haar buitengesloten. Of binnengesloten. Dat hing ervan af aan welke kant je gelukkig was.

Ze sprak een taal die niemand verstond. Wanneer ze haar armen naar het meer uitstrekte, knikten de heren begrijpend.

„Ze bedankt ons.”

Wanneer ze naar de deur liep, hielden ze haar tegen.

„Ze weet nog niet wat goed voor haar is.”

Een man met een bijzonder nette kraag schreef op dat het wezen vorderingen maakte.

Hij had haar die ochtend leren zitten.


Er kwamen bezoekers. Een vrouw wilde weten of ze 's nachts rechtop sliep. Een jongen vroeg of ze vissen at. Een koopman vroeg wat ze kostte.

De man met de nette kraag zei dat ze niet te koop was.

Daarna vroeg hij waarom de koopman dat wilde weten.

Ze gaven haar kleren, een bed en een bord eten. De zeemeermin keek naar de rapen alsof men haar afgeronde stenen had voorgezet. Ze leerde eten wat men haar gaf. Ze leerde opstaan wanneer de heren binnenkwamen. Ze leerde dat een glimlach soms betekende dat er opnieuw iemand over haar ging beslissen.

Maar ze leerde niet blijven.

Zodra de deur openstond, liep ze naar buiten. Haar voeten wisten waar het water lag. In de oude vertelling had deze meermin benen; het gemis van een staart maakte haar heimwee niet kleiner.

Op een ochtend bereikte ze de kade. Ze rook het water voordat ze het zag. Ze ging op haar knieën en stak haar handen erin.

Een vrouw uit de straat bleef naast haar staan.

Ditmaal zei niemand iets.

Toen kwamen de heren.

„Daar ben je.”

Ze brachten haar terug.

De man met de nette kraag schreef op dat zij nog niet geschikt was voor zelfstandige wandelingen.


Haarlem hoorde van het wonder.

De Haarlemmers kwamen kijken. Ze liepen om de zeemeermin heen, zoals mensen om een kast lopen waarvan zij vinden dat hij mooier in hun eigen huis zou staan.

„Bijzonder,” zei de eerste.

„Zeer bijzonder,” zei de tweede.

De derde had het besluit al genomen.

Een belangrijke stad, vonden zij, hoorde belangrijke dingen te hebben. Edam was kleiner. Dat maakte de kwestie overzichtelijk.

Er kwamen gesprekken, bezoeken en keurige verzoeken. Over de zeemeermin werd langer gesproken dan ooit met haar.

Ten slotte vertrok ze naar Haarlem.

De man met de nette kraag gaf het verslag mee. Daarin stond alles wat hij over haar wist.

Het was een dik verslag.


In Haarlem leerde ze spinnen. Haar vingers waren vlug. Het wiel zoemde, de draad liep en de vrouwen die haar onderwezen, waren tevreden.

„Ze heeft het naar haar zin,” zeiden ze.

Dat konden ze horen aan het wiel.

Niemand bedacht dat een wiel hetzelfde geluid maakt wanneer iemand verdrietig is.

De vrouw aan het spinnewiel met haar blote voeten in een teil water
Een wiel maakt hetzelfde geluid wanneer iemand verdrietig is.

Ze zette een teil water bij haar voeten. Wie binnenkwam, dacht dat ze die wilde wassen. Maar ze liet ze erin staan terwijl ze spon. Af en toe bewoog ze haar tenen en de kleine golfjes tikten tegen het hout.

Op een middag kwam een nieuwe bezoeker binnen. Hij had geleerd over verre landen te spreken zonder ze ooit te verlaten en wilde de bijzondere vrouw graag een vraag stellen.

„Bent u hier gelukkig?”

Ze keek naar hem.

Hij herhaalde het, luider. Alsof een vreemde taal een kwestie van volume was.

Toen nam ze zijn hand. Hij glimlachte, omdat hij vermoedde dat er iets ontroerends ging gebeuren.

Ze legde zijn hand in de teil.

Ze hield hem onder.

Niet lang. Alleen tot hij hem terugtrok.

Daarna wees ze naar de deur.

De bezoeker vertrok met een natte mouw en de overtuiging dat ze nog veel moest leren.

Zij keek hem na.

Voor het eerst die middag had ze iets gezegd wat hij begreep.

Herkomst · Vrij naverteld

Naar De Zeemeermin van Edam in Josef Cohens Nederlandsche sagen en legenden. Deze variant beschrijft een vrouw met benen die naar Haarlem wordt gebracht en leert spinnen. De bestuurders, de teil en de laatste bezoeker zijn nieuw uitgewerkt.

De Zeemeermin van Edam

Dialogen en komische scènes zijn nieuw geschreven. AI-illustraties verbeelden de vertelling.