
Fries suikerbrood: wittebollen met een suikerhart
In een Friese sûkerbôle zitten klonten suiker die in de oven smelten tot plakkerige holtes. Dat is het punt, geen extra stroop over een gewoon brood.
Fries suikerbrood is wittebrood waarin parel- of greinsuiker is meegebakken, vaak met kaneel en soms gembersiroop. De grote suikerbrokken maken het anders dan een brood dat alleen zoeter smaakt. Ze blijven herkenbaar als zachte, kleverige plekken tussen het luchtige deeg.
Overlevering zegt dat het brood naar moeders van een dochter ging; bij een zoon krentencake. Kaneel en gember golden als versterkend. Dat is gebruik, geen bewezen geneeskunde. De vorm schoof van rond naar busbrood. Suiker werd in de Republiek eerst een luxe kegel; pas toen raffinage goedkoper werd, kon het in deeg.

Hieronder staat een recept voor één brood. Werk de suikerklonten pas laat door het deeg, zodat je ze niet meteen fijnkneedt. De korst mag stevig worden en de binnenkant blijft plaatselijk plakkerig: juist daar zit de suiker.
Snijd dik. De bedoeling is een beet die eerst zoet is en dan naar kaneel trekt.
Aan de slag
1 busbrood
- 350 g tarwebloem
- 7 g droge gist
- 8 g zout
- 30 g boter
- 200 ml handwarme melk
- 200 g parelsuiker
- 1 tl kaneel
- Kneed bloem, gist, zout, boter en melk tot soepel deeg. Rijzen 45 minuten.
- Werk parelsuiker en kaneel kort door. Vorm tot bus. Narijs 30 minuten.
- Bak circa 35 minuten rond 190 °C. Stort direct uit de vorm.
Recept niet proefgekookt. Allergenen: gluten, melk. Controleer ook de etiketten van de gebruikte producten.
Kijk naar de snede: glanzende holtes van gesmolten parelsuiker, geen gelijkmatig zoet kruim.