
Waarom de Oosterscheldekering meestal openstaat
Een kering die bijna altijd open is, klinkt als een halfwerk. In Zeeland is dat de kern van het ontwerp.
Rijd over de N57 tussen Schouwen-Duiveland en Noord-Beveland en je rijdt over een dam die geen dichte muur wil zijn. Tussen betonnen pijlers hangen stalen schuiven. Die schuiven staan in gewone weersomstandigheden omhoog. Eb en vloed blijven de Oosterschelde in- en uitgaan. Het water blijft zout. Alleen bij dreigend extreem hoogwater zakken de schuiven.
Rijkswaterstaat sluit de kering bij een verwachte waterstand van drie meter boven NAP. De bediening zit in het ir. J.W. Topshuis op Neeltje Jans. Het laten zakken van de 62 schuiven duurt ongeveer 75 minuten, zodat stroming en golven niet te wild worden. Gaat de kering niet dicht, dan volgt een automatisch noodsluitsysteem. Gemiddeld sluit de kering ongeveer één keer per jaar vanwege hoogwater. Testsluitingen staan daar los van.

Die open stand is geen slordigheid. Na de stormvloed van 1953 lag een dichte dam voor de hand. Vanwege natuur en visserij koos men voor een beweegbare stormvloedkering. Rijkswaterstaat dateert het begin van de bouw in 1976; de kering werd op 4 oktober 1986 officieel geopend. Zo bleef de Oosterschelde een zout estuarium. Nationaal Park Oosterschelde beschrijft het gevolg voor de natuur: er stroomt desondanks minder water in- en uit dan vóór de kering. De Oesterdam en Philipsdam maakten het bekken kleiner, zodat het resterende getij sterk genoeg bleef voor slikken, platen en schelpdieren.
Kijk naar het water zelf. Bij vloed kolkt het aan de Oosterscheldekant van de gaten; bij eb aan de Noordzeekant. Die beweging voedt mosselen, oesters en vogels. Een dichte dijk had dat systeem zoet of stil gemaakt, zoals bij andere Deltawerken. Hier koos Nederland voor veiligheid mét getij.
Voor jou als bezoeker is de les zichtbaar vanaf Neeltje Jans: de grootste kering van de Deltawerken werkt het vaakst door er níét te zijn. De schuiven in de lucht zijn het bewijs dat de zee hier nog mag ademen, tot de voorspelling drie meter boven NAP zegt.
Even anders kijken
Rijkswaterstaat sluit de schuiven pas bij een verwachte stand van NAP +3 meter; dat gebeurt gemiddeld ongeveer één keer per jaar.
Sta bij een stroomgat en vergelijk beide kanten van de pijlers: aan de kolkende kant zie je of het vloed of eb is.