
Utrechtse Heuvelrug: een stuwwal die je te voet kunt lezen
Tussen het Gooi en Rhenen ligt een zandrug boven het veen en de rivierklei. De Gelderse Vallei ernaast is het gat dat het ijs achterliet.
In het Saalien schoof Scandinavisch landijs tot midden-Nederland. Een ijstong perste bevroren rivierlagen van zand en grind tot schuine schubben. Zo ontstond de Utrechtse Heuvelrug als westwand van het glaciale bekken dat nu de Gelderse Vallei is. De Veluwe is de oostwand van hetzelfde bekken. Tussen Rhenen en Wageningen sleet de rivier later een poort. Dat is een ander verhaal dan alleen de interne dalen van de Veluwezoom: hier lees je de rug als lange, relatief smalle dam in het laagland.
De noordoostflank is steiler, de zuidwestkant glooier, met smeltwaterwaaiers. In de volgende ijstijd bereikte het landijs Nederland niet, wel wind: dekzand, landduinen, droogdalen. Zwerfkeien uit Scandinavië liggen verzameld in Zanderij Maarn. Bos bedekt nu veel reliëf; droogdalen blijven de plattegrond. Wandel van vallei naar kam — voor paden en toegang: de terreinbeheerder. Eerst klei of veen, dan grof zand, dan uitzicht. Het reliëf bewaart sporen van ijs, smeltwater en wind.

Volg een toegestaan pad dat vanuit het lage land omhoogloopt. Het hoogteverschil maakt de oude stuwwal zichtbaar én voelbaar.
Even anders kijken
Heuvelrug en Veluwe waren in het zuiden verbonden totdat riviererosie de poort bij Rhenen opende.
Vergelijk de steile flank richting Vallei met de langzame afdaling naar de Kromme Rijn.