Nederland in al zijn verhalenReizen · erfgoed · cultuur · natuur
HomeHolland Magazine
Nederlands
Dorpsbebouwing in het voorjaar in de Ooijpolder
Wandelen & ontdekken

Rivierduinen bij Nijmegen: zand uit de bedding, niet uit het ijs

Ten oosten van Nijmegen steekt de stuwwal steil boven de Waal uit. In de Ooijpolder ernaast liggen lage zandkoppen. Dat is ander zand.

Redactie Hollandmagazine ·

De stuwwal Nijmegen–Kleef is Saale-ijs dat rivierlagen omhoogdrukte. De Rijn sneed die boog later door: de Gelderse Poort. De flanken werden steil. Dat is geduwd, scheefgesteld grindhoudend zand. Rivierduinen ontstonden anders. In koude, kale fasen viel de bedding deels droog. Wind nam zand uit de vlechtende rivier op en zette het als ruggen neer. In de Ooijpolder en bij Persingen en Zyfflich werden die koppen de eerste bewoonbare plekken in een verder nat komgebied. Oeverwallen zijn weer iets anders: zand dat de rivier bij hoogwater naast zich legt.

Dus drie zandsoorten bij één stad. Stuwwal: ijs. Rivierduin: wind op droge bedding. Oeverwal: water naast de stroom. De kleiige kom daartussen was te nat voor vroege dorpen. Sta op de stuwwalrand en kijk naar lage glooiingen in de polder. Die bulten zijn geen kleine stuwwalletjes. Paden en toegang in de Ooijpolder staan bij de beheerder van het gebied.

Water en begroeiing rond de Jonkmanshof in de Ooijpolder

Even anders kijken

Vroege bewoning in de Duffelt zocht de rivierduinen op; de kommen bleven te lang onder water.

Vanuit Nijmegen-Oost: steile beboste wal versus vlakke Ooij met af en toe een zandkop rond een dorp.

Bronnen, bijschriften en verantwoording ↗

Rubrieken

HomeStad & streekNatuurEropuitMuseaReceptenWeerVolksverhalenAlle verhalen