Nederland in al zijn verhalenReizen · erfgoed · cultuur · natuur
HomeHolland Magazine
Nederlands
Een ooievaar in vlucht, ter illustratie van vogeltrek
Wandelen & ontdekken

Trekvogels in september: Nederland als doorgeefluik

In september begint de lucht te schuiven. Broedvogels gaan weg, noordelijke soorten komen langs. Of je ze ziet, hangt van wind en zicht af — niet van één vast getal.

Redactie Hollandmagazine ·

De herfst is tweerichtingsverkeer. Nederlandse broeders zoals zwaluwen vertrekken zuid. Vogels uit een enorm gebied van Groenland tot Siberië kruisen of overwinteren hier. Insecteneters gaan vaak al in augustus; vinken, lijsters en ganzen pieken later. Nederland ligt centraal, dus tanken trekkers bij voor Zuidwest-Europa of Afrika. Dat is de betekenis van september: de wissel van ploegen, geen garantie op massa.

Zichtbare trek volgt kusten en heuvelranden. Texel, Zeeuwse hoeken en de Wadden stuwen vogels als de Noordzee opdoemt. Binnenlandse posten tellen vanaf september mee. Euro Birdwatch maakt van die posten één Europese dag. Radar laat zien dat nachttrek enorm kán zijn, maar die volumes horen bij specifieke nachten, niet bij ‘deze september’. Regen en wind beïnvloeden hoeveel vogels onderweg zijn en hoe goed je ze ziet. Dat verschilt per soort en trekrichting.

Een ooievaar met een onderzoekszender op de rug

Kijk omhoog langs een dijk of duinrand. Een silhouet tegen de ochtend is genoeg. Actuele toegang tot telposten en duinen hoort bij de terreinbeheerder.

Even anders kijken

Bij tegenwind of regen blijven veel trekkers zitten; de grote dagen volgen vaak op opklaringen.

Ga bij zonsopkomst naar een kusthoek of heuvelrand en kijk of vogels de lijn van land volgen.

Bronnen, bijschriften en verantwoording ↗

Rubrieken

HomeStad & streekNatuurEropuitMuseaReceptenWeerVolksverhalenAlle verhalen