Nederland in al zijn verhalenReizen · erfgoed · cultuur · natuur
HomeHolland Magazine
Nederlands

Home / Natuur

Natuur

Lage waterstand op Rijn en IJssel: waarom de rivier begin oktober nog niet is bijgekomen

Rijkswaterstaat meldt dat Rijn en IJssel lager staan dan normaal voor de tijd van het jaar. Hoe een droog zomerhalfjaar doorwerkt in de rivier, wat je ervan ziet aan de oever en waarom het water in de winter niet wordt bewaard.

Redactie Holland Magazine ·

De Waal met een brede zichtbare oever onder een bewolkte hemel.
De Waal bij Rossum in Gelderland, 15 juli 2025. Illustratief archiefbeeld; dit is geen opname van de waterstand op 4 of 5 oktober 2026. Foto: Klankbeeld, CC BY 4.0. Beeldverantwoording

Het Waterbericht van Rijkswaterstaat meldde op zondag 4 oktober "lage waterstanden" voor Rijn en IJssel, ook voor de komende 48 uur; de Maas was normaal, maar wordt over 48 uur lager dan normaal verwacht.

Dat klinkt vreemd na een september waarin gemiddeld toch 61 millimeter regen viel. Om het te begrijpen, moet je kijken naar waar het rivierwater vandaan komt.

Een droog halfjaar

Het KNMI noemt het zomerhalfjaar van 2026, van april tot en met september, droog. De lente was zeer zonnig met zeer weinig neerslag, de zomer eveneens zeer zonnig met weinig neerslag. Het landelijk gemiddelde neerslagtekort, het verschil tussen verdamping en neerslag vanaf 1 april, bereikte half augustus 306 millimeter: tweeënhalf keer de mediane waarde. Tussen de meetstations liep het uiteen van 205 millimeter in Groningen tot 416 millimeter in Kerkwerve op Schouwen-Duiveland.

September bracht weinig verandering. Met gemiddeld 16,7 graden tegen 14,7 normaal was het volgens het KNMI een zeer warme maand, en met 61 millimeter neerslag tegen 73 normaal een vrij droge. Het neerslagtekort nam iets af, maar eindigde rond 262 millimeter, nog steeds bij de 5 procent droogste jaren.

Waarom regen hier de Rijn niet vult

De Rijn begint in Zwitserland. Onderweg voegen de Aare, de Neckar, de Main en de Moezel water toe, en in het voorjaar helpt smeltwater van gletsjers mee, legt Rijkswaterstaat uit. Bij Lobith komt al dat water Nederland binnen. Het stroomgebied van de Rijn is ongeveer 185.000 vierkante kilometer, dat van de Maas ongeveer 33.000.

Een bui boven Gelderland verandert daar weinig aan. Een lokale bui helpt alleen de toplaag van de bodem en is niet genoeg om het grondwater structureel aan te vullen of de lage aanvoer van Rijn en Maas te compenseren, schrijft Rijkswaterstaat. Hoeveel water er bij Lobith binnenkomt, hangt af van het weer in het hele stroomgebied, niet alleen van de Nederlandse regenmeter.

Stenen langs een inlaatkanaal aan de Waal bij Tiel.
Inlaatkanaal naar de inundatiesluis bij Tiel aan de Waal, 30 september 2018. Illustratief archiefbeeld, geen actuele peilmeting. Foto: Jan dijkstra, CC BY-SA 4.0. Beeldverantwoording

Bovendien kan Rijkswaterstaat de stand van de Rijn en de Waal niet beïnvloeden: die stromen vrij af. De gestuwde delen van de Maas en de Nederrijn kunnen wel worden geregeld, met stuwen, sluizen en gemalen. De waterstand in de IJssel wordt mede bepaald door de stuw bij Driel. Zonder die stuw zou de IJssel bij een lage aanvoer uit Duitsland onbevaarbaar zijn, aldus Rijkswaterstaat.

Wat je aan de oever ziet

Bij laag water in de Waal komen de kribben tevoorschijn. Die dammen sturen de stroming en houden de rivier veilig en bevaarbaar. Op foto's die Rijkswaterstaat bij droogte maakte, is te zien hoe op sommige plekken de rivierbodem is opengescheurd. Bij een brugpijler laat het kleurverschil in de stenen zien hoe hoog het water eerder stond.

Minder lading, meer schepen

Voor de binnenvaart betekent minder diepte minder vracht. Als de rivier ondieper is, kan een schip minder lading meenemen en wordt de vaargeul smaller. De lading moet dan over meer schepen worden verdeeld, en het wordt drukker op de vaarweg. Rijkswaterstaat kan dan een inhaal- en ontmoetingsverbod instellen, en bij sluizen kunnen de wachttijden oplopen. Ook veerponten kunnen last krijgen van ondiep water. Elke dag peilt Rijkswaterstaat op een aantal plaatsen de minst gepeilde diepte, zodat schippers kunnen bepalen hoeveel ze kunnen laden.

Waarom het water van de winter niet wordt bewaard

Een vraag die Rijkswaterstaat vaak krijgt: waarom houden we het vele water uit herfst en winter niet vast voor de zomer? Het antwoord is ruimte. Herfst en winter zijn ook het storm- en hoogwaterseizoen, en dan moeten meren en uiterwaarden juist plaats hebben om extra water op te vangen. Voor meer opslag zou ongeveer een extra IJsselmeer nodig zijn, en die ruimte is er niet.

Wat wel gebeurt: vanaf half maart wordt het peil in het IJsselmeer en het Markermeer verhoogd. Rijkswaterstaat noemt de twee meren daarom de grootste regenton van Nederland.

Rubrieken

HomeStad & streekNatuurEropuitMuseaReceptenWeerVolksverhalenAlle verhalen