Weer
Stormseizoen 2026-2027: waarom de eerste storm Austen heet en de tweede Boelo
Vorig jaar kreeg op 1 oktober al een storm een naam; dit seizoen is de lijst begin oktober nog onaangeroerd. Wanneer krijgt een storm een naam, wie bedenkt die, en wat zit er achter de Nederlandse inzendingen?

Op de stormpagina van de Britse weerdienst Met Office staat een tabel met drie kolommen: de naam, de datum waarop een storm die naam kreeg, en de datum van de gevolgen in Groot-Brittannië, Ierland of Nederland. Op 4 oktober waren alleen de namen ingevuld. Bovenaan staat Austen, daaronder Boelo.
Vorig seizoen ging het sneller. Storm Amy kreeg op 1 oktober 2025 een naam, schrijft het KNMI. Amy trok vooral over Groot-Brittannië, Ierland, Frankrijk en Scandinavië; in Nederland gold op 4 oktober code geel voor zware windstoten en regen. Op 23 en 24 oktober trof storm Benjamin Nederland, met code oranje voor Zeeland, Zuid-Holland, Noord-Holland, het Waddengebied en het IJsselmeergebied; daarnaast was code geel uitgegeven voor zware windstoten.
Wanneer een storm een naam krijgt
Een storm krijgt een naam als het KNMI code oranje of code rood voor windstoten afgeeft. In uitzonderlijke gevallen kan dat ook bij code geel, bijvoorbeeld als Groot-Brittannië of Ierland een storm een naam geeft die hier ook onstuimig weer kan brengen. Heeft een andere Europese weerdienst een storm al benoemd, dan neemt het KNMI die naam over. Zo kreeg Benjamin vorig jaar zijn naam van Météo-France.
Het doel is herkenbaarheid, schrijft het KNMI: mensen moeten al vóór het gevaarlijke weer weten dat er iets aankomt. Bij Benjamin wist in een flitspeiling van het KNMI 97 procent van wie de waarschuwing had gehoord (n=1.032) dat de storm een naam had; 83 procent zei ook de naam te weten. De peiling gold Noord-Holland, Zuid-Holland, Zeeland en het Waddengebied.
Een lijst van drie landen
Het stormseizoen loopt van september tot september. Nederland werkt sinds 2019 samen met Met Office en de Ierse weerdienst Met Éireann, die al sinds 2015 samen stormen benoemen. Het KNMI sloot zich bij deze westgroep aan omdat in Nederland de meeste stormen uit het westen komen.
Elke weerdienst levert zeven namen, samen 21. De letters Q, U, X, Y en Z ontbreken, volgens internationale afspraken voor storm- en orkaannamen. De volgorde is vast: Austen, Boelo, Chloe, Dano, Evelyn en zo verder tot Wende.
Austen komt uit Ierland. Met Éireann bestaat dit jaar negentig jaar en koos vier namen uit de eigen geschiedenis; Austen verwijst naar de eerste directeur van de Ierse weerdienst in 1936. Het Britse Met Office zette Shaun the Sheep op de lijst, het schaap uit de animatieserie.

De Nederlandse namen
Wie wilde, kon tussen 7 april en 7 mei 2026 een naam insturen bij het KNMI. Boelo, de tweede naam van het seizoen, is een Oost-Groningse naam, ingestuurd door een Groninger bij wie de naam al generaties in de familie voorkomt.
Dano werd meerdere keren ingestuurd als eerbetoon aan Dano Roelvink, kustonderzoeker en grondlegger van modellen die stormvloeden en duinerosie berekenen; hij gaat dit jaar met pensioen. Gwendolyn kreeg als kind te horen dat het KNMI een storm naar haar zou noemen als ze haar kamer niet opruimde. Jade werd door 549 mensen ingestuurd, als eerbetoon aan een jonge vrouw die in de inzendperiode overleed. Olaf is een eerbetoon aan een vriend van de inzender die gek was op stormen. Vesna is voorgedragen vanwege haar "zuidelijke temperament".
De laatste Nederlandse naam, Wende, is volgens het KNMI ingestuurd vanwege de band met het verdwenen dorp De Westen op Texel, ooit een van de oudste nederzettingen van het eiland. De overlevering verbindt het verdwijnen ervan met geweld van buiten en met storm en water.
Hoeveel namen er nodig zijn
Waarschijnlijk niet allemaal. In Nederland stormt het gemiddeld een paar keer per jaar. Er zijn seizoenen met één storm en seizoenen met negen. Volgens het KNMI werden vorig seizoen drie namen van de eigen lijst gebruikt: Amy, Bram en Chandra, plus Benjamin, die zijn naam van Météo-France kreeg. Chandra, de eerste Nederlandse naam van dat seizoen, zorgde eind januari vooral voor overlast in Zuidwest-Engeland, Wales en Noord-Ierland en deed Nederland niet aan.
Worden stormen door klimaatverandering vaker benoemd? Volgens het KNMI laten klimaatmodellen geen toename van de windsterkte zien. In het binnenland neemt de wind volgens de waarnemingen zelfs af, deels doordat meer gebouwen de wind afremmen. Wel valt er in een warmer klimaat meer regen bij stormen, en aan de kust neemt de impact toe door de stijgende zeespiegel, met hogere stormvloeden en golven.
Of Boelo dit seizoen langskomt, bepaalt het weer. Dat hij eerst op Austen moet wachten, ligt al vast.