Nederland in al zijn verhalenReizen · erfgoed · cultuur · natuur
HomeHolland Magazine
Nederlands

Volksverhalen / Nieuwe verhalen / Overijssel

Overijssel · Bestuursklucht

De burgemeester die bleef zitten

De broek van de burgemeester begint te roken. De raad gaat op zoek naar een oplossing waarvoor niemand hoeft op te staan.

De burgemeester en zijn raad zitten dicht bij de haard terwijl Jan de rokende broek van de burgemeester opmerkt.
Het bestuur week niet.

De burgemeester van Kampen had de bode verboden te bibberen. Het leidde af tijdens de vergadering.

De bode stond bij de deur. De burgemeester zat bij de haard. Ze waren het dus niet helemaal eens over de ernst van het probleem.

Buiten vroor het. Binnen vergaderde de raad over de vraag of het koud was. Het oudste raadslid meende van wel. Het jongste wilde eerst weten of dat ook voor gisteren gold. De secretaris had al twee bladzijden volgeschreven. De raad had nog niets besloten.

‘Meer hout,’ zei de burgemeester.

De bode droeg hout aan. Hij heette Jan en wist dat vuur warmer werd als je er hout op legde. Daarmee was hij de raad een heel agendapunt voor.

De vlammen stegen. De burgemeester schoof zijn stoel naar voren. De andere heren schoven mee; niemand wilde achterblijven bij een krachtig bestuur.

Onder de tafel stonden zeven paar schoenen. De burgemeester droeg de grootste. Hij vond dat zijn voeten gezag moesten uitstralen, ook wanneer zijn mond dicht was.

‘Zo is het beter,’ zei hij.

De secretaris schreef het op.

Een uur later schoof de burgemeester nog een stukje dichter naar het vuur. Zijn broek had brede pijpen van duur zwart laken. Ze hadden hem meer gekost dan Jans hele wintervoorraad brandhout. Hij vertelde dat graag, vooral aan Jan.

Er kwam een luchtje vrij.

Het oudste raadslid snoof.

‘Wordt hier iets gebraden?’

Jan keek van de haard naar de burgemeestersbenen. Langs de stof kroop een dun sliertje rook omhoog.

‘Uw broek, meneer.’

De burgemeester keek beledigd.

‘Mijn broek wordt niet gebraden.’

‘Nog niet helemaal.’

Jan zette een emmer dichterbij. Dat vonden de heren overdreven. Het jongste raadslid stelde voor eerst vast te stellen of de rook inderdaad uit de broek kwam. Daarover ontstond discussie, want het oudste raadslid hield vol dat de rook uit het vuur kwam en slechts via de broek naar buiten trad.

De secretaris vroeg of hij dat letterlijk moest opschrijven.

Toen werd een klein stukje stof rood.

‘Misschien,’ zei Jan, ‘kunt u een eindje achteruit.’

Het bleef stil.

Een eindje achteruit.

De burgemeester legde zijn handen op de armleuningen. Hij keek naar de bode zoals hij anders alleen naar een verkeerd geplaatste komma keek.

‘Het bestuur wijkt niet.’

De overige heren knikten. Een besluit dat zonder opstaan kon worden uitgevoerd, genoot altijd hun voorkeur.

De burgemeester dacht diep na. Er viel een brandend pluisje op zijn schoen. Hij trapte erop met de andere schoen en had toen twee warme voeten.

‘De haard,’ zei hij eindelijk, ‘staat te dichtbij.’

Het oudste raadslid sloeg zich op de knie. Het jongste wees naar de muur. De secretaris doopte zijn pen in de inkt. Zo eenvoudig kon een oplossing zijn als de juiste man haar bedacht.

De schoorsteen moest naar achteren worden gebouwd.

‘Unaniem,’ zei de secretaris.

‘Onmiddellijk,’ zei de burgemeester.

‘Nu,’ zei Jan, en hij gooide de emmer leeg.

Er klonk een geluid alsof iemand een enorme kat had beledigd.

De burgemeester stond.

De hele raad stond.

Water liep onder de tafel door, over de schoenen, langs de stoelpoten en naar de deur. Jan zette de emmer neer. Bij de haard bleef een stukje broek liggen.

Jan leegt zijn emmer en de burgemeester springt uit zijn stoel.
Nu stond iedereen.

Een week later begonnen de metselaars. Ze verplaatsten de schoorsteen en bouwden de haard verder naar achteren. Het kostte een vermogen, maar het bestuur had woord gehouden.

Bij de eerstvolgende vergadering vonden de heren het vuur nogal ver weg.

De burgemeester pakte de armleuningen van zijn stoel.

Jan zette zijn emmer vast klaar.