
Einstein Telescope: waarom Zuid-Limburg kandidaat is en hoe de keuze in 2027 valt
Het kabinet onderzoekt een samenwerking met Italië rond de ondergrondse telescoop. Wat is de Einstein Telescope, wat maakt de bodem in de grensstreek geschikt en wie beslist?
Lang golden ze als concurrenten, de Zuid-Limburgse grensstreek en Sardinië. Nu wordt onderzocht of ze samen verder kunnen. Op dinsdag 22 september 2026 stuurde minister Rianne Letschert van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een brief over de Einstein Telescope naar de Tweede Kamer. Daarin kondigt ze onderzoek aan naar een L-vormige detector in de Euregio, te combineren met een tweede op Sardinië, en naar samenwerking met Italië. De NOS bracht het op woensdag 23 september 2026 als nieuw scenario: een telescoop in twee delen, verspreid over Nederland en Italië.
Wat is dat voor instrument, en waarom zou het juist onder het Limburgse Heuvelland moeten komen? Een overzicht.
De Einstein Telescope meet zwaartekrachtgolven: piepkleine rimpelingen in de ruimte die ontstaan als bijvoorbeeld zwarte gaten of sterren op elkaar botsen. Het meten gebeurt met lasers in tunnels, legt de Rijksoverheid uit.
Het ontwerp waarop de Euregio Maas-Rijn tot nu toe inzette, is een driehoek met armen van 10 kilometer, op 250 tot 300 meter diepte. Volgens het projectbureau Einstein Telescope EMR wordt de telescoop tien keer nauwkeuriger dan zijn voorgangers, waardoor hij duizend keer meer zwaartekrachtgolven kan opvangen.
Sinds de eerste meting in 2015 zijn er zo'n 400 zwaartekrachtgolven gemeten, zei sterrenkundige Gijs Nelemans van de Radboud Universiteit tegen de NOS. "We zien nu pas het topje van de ijsberg."
De Einstein Telescope staat sinds 2021 op de Europese routekaart voor grote onderzoeksfaciliteiten, de ESFRI Roadmap. De bouw is begroot op 2,3 miljard euro, meldt de Rijksoverheid. Reken op minstens dat bedrag: de raming is enkele jaren oud, en door inflatie en stijgende prijzen kan het nog hoger uitvallen, waarschuwt het projectbureau.
Waarom de bodem in de grensstreek telt
Het zoekgebied ligt in de grensstreek van Nederland, België en Duitsland, volgens de Europese Einstein Telescope-organisatie tussen Maastricht, Luik en Aken. Zo'n meetinstrument verdraagt nauwelijks trillingen uit de omgeving. Het projectbureau noemt zware industrie, spoorwegen en mijnbouw als bronnen van zulke ruis.
Daarbij helpt de opbouw van de ondergrond: bovenin ligt een relatief zachte laag die trillingen opvangt; daaronder zit hard gesteente waarin je een tunnel kunt boren. Zo lichtte Stan Bentvelsen, wetenschappelijk directeur van het projectbureau, het al in 2023 toe tegen de NOS.
Of dat klopt, wordt sinds 2023 met proefboringen onderzocht, aangevuld met seismische metingen. Volgens de site van het projectbureau waren het er elf in 2024; de boringen gaan gemiddeld 250 tot 400 meter diep. De eerste boring was in het Waalse Aubel. Alle boorlocaties liggen volgens het projectbureau in het buitengebied.
De Rijksoverheid ziet het project als impuls voor Zuid-Limburg, waar de bevolking krimpt en vergrijst.
Drie kandidaten, en misschien twee tegelijk

Volgens de Europese organisatie zijn er drie officiële kandidaten: de Euregio Maas-Rijn, Lausitz in de Duitse deelstaat Saksen en het gebied rond Sos Enattos op Sardinië. Die Sardijnse plek ligt in het binnenland, tussen onder meer de gemeenten Lula, Bitti en Onanì. Lausitz is de jongste kandidaat en werd pas in 2025 officieel.
Het Italiaanse instituut voor kernfysica INFN prijst Sardinië aan als een eiland op een eigen microplaat, los van de gebieden met veel aardbevingen en vulkanisme. De Saksische kandidatuur wijst op het stabiele granietmassief in de ondergrond van Lausitz.
De grote vraag is nu de vorm. Naast de driehoek wordt een variant met twee L-vormige detectoren op twee verschillende plekken onderzocht. De Einstein Telescope-organisatie vroeg in juli 2025 alle partijen om beide vormen te onderzoeken, meldt L1. Op 17 juli 2026 sloten Italiaanse en Duitse onderzoeksinstellingen in Nuoro een overeenkomst om die dubbele L samen voor Sardinië en Saksen uit te werken, meldt het INFN.
Inmiddels onderzoekt ook de Euregio een dubbele L, samen met Italië. Daarvoor zijn volgens de minister extra boringen nodig. Twee detectoren ver uit elkaar helpen om te bepalen uit welke richting een zwaartekrachtgolf komt.
Wie beslist, en wanneer
Niet de Europese Unie kiest, maar de landen die het project steunen. Het zijn er tien: Nederland, België, Italië, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, Polen, Griekenland, Kroatië, Duitsland en Frankrijk. Samen vormen ze de Board of Governmental Representatives, die volgens het projectbureau in de tweede helft van 2027 de locatie kiest.
Tot die tijd werkt de Euregio aan een bidbook, het dossier waarmee de drie landen zich officieel kandidaat stellen. Dat is volgens het projectbureau eind 2026 klaar. Noordrijn-Westfalen wil volgens het projectbureau meebetalen aan de bouw, mits ook de bondsregering in Berlijn zich achter de Euregio schaart. Welke kandidatuur Berlijn steunt, is volgens L1 nog niet duidelijk.
Over het tijdpad lopen de bronnen uiteen. Volgens de Rijksoverheid begint bij een keuze voor de Euregio de bouw in 2028 en is de telescoop in 2035 klaar. Het projectbureau rekent ruimer: de voorbereidingen beginnen op zijn vroegst in 2028 en krijgen drie jaar, inclusief de vergunningsprocedures. Voor de bouw zelf trekt het daarna zeven jaar uit. De Europese organisatie mikt op de eerste waarnemingen begin jaren veertig.

Foto: Uitzicht vanuit Holset in de gemeente Vaals op de beboste Schneeberg, met akkers en weiden in de grensstreek bij het Drielandenpunt. Foto uit november 2010. Romaine / Wikimedia Commons (CC0)