
Overijsselse coulissen: het landschap als toneeldoek
In Twente breken houtwallen, hagen en singels het uitzicht steeds opnieuw. Achter een groene rand verschijnt weer een ander weiland. Zo krijgt het landschap zijn naam: coulissen, net als in een theater.
Coulissenlandschap is geen parkontwerp. Het is een bijproduct van kleine kavels, vee dat niet in het buurgras mocht en hout dat de boer nodig had. Een wal met eik of els scheidde weiden, gaf luwte en leverde geriefhout. Achter elke wal opent een nieuw ‘toneel’: een weide, een bouwland, een erf. Vandaar de theatermetafoor.
Op de zandgronden van oostelijk Overijssel bleef dat fijnmazige net langer staan dan in grootschalige polders. Ruilverkaveling sneed gaten; wat overblijft, is juist daardoor leesbaar. De bochten van wegen en perceelranden laten zien hoe het land is ingedeeld. Vogels en vleermuizen gebruiken de lijnen als route. Voor jou als fietser is het vooral dit: je weet nooit precies wat achter de volgende wal ligt.

Het contrast met de open IJsselweiden is het punt. Daar is de horizon het verhaal. Hier is de onderbreking het verhaal. Coulissen maken van een provincie geen decorstuk, maar een werklandschap dat privacy en beschutting in dezelfde wal stopte.
Stop op een kruising van twee wallen. Vier kamers gras. Dat is Overijssel in het klein.
Even anders kijken
De wal was hek, houtvoorraad en windscherm tegelijk.
Kies een zijweg die met de beplanting meebuigt, niet de provinciale kaarsrechte lijn.