Nederland in al zijn verhalenReizen · erfgoed · cultuur · natuur
HomeHolland Magazine
Nederlands
Wilgen geschilderd door Piet Mondriaan
Naar buiten

Knotwilgen: bomen die je klein houdt

Langs sloten in rivierklei staan wilgen met een dikke knoest en een kroon van twijgen. Die knoest is geen ziekte. Het is een knot.

Redactie Hollandmagazine ·

Een knotwilg is een schietwilg of kraakwilg die op manhoogte is afgezet. Uit de stobbe schieten lange tenen. Om de paar jaar worden die geoogst voor geriefhout, zinkstukken of brandhout. Laat je het na, dan kunnen de zware takken op termijn uitscheuren. Knotten is dus onderhoud, geen marteling. Het landschap van uiterwaarden, veenweiden en komgronden is er vol van: een rij wilgen is een perceelsrand die wind keert en oever vasthoudt.

Wilgen houden van natte voeten. Hun wortels verstevigen de slootkant. Knotten levert licht op het gras ernaast. Oude knoten worden hol en herbergen uilen of vleermuizen. Een rij die niet meer wordt geknot, verliest geleidelijk zijn compacte, herkenbare knotvorm. Vrijwilligersploegen doen het werk dat de boer niet meer vanzelf oppakt.

Historische prent van knotwilgen langs het water

Herken de cyclus: korte stoppel na de snoei, lange gerten na een paar zomers. Beide horen bij dezelfde boom.

Nederlandse rivierlanden zijn deels dit ritme. De knot is de kalender in het hout.

Even anders kijken

De dikke knoest is de jaarringen van telkens opnieuw uitlopen op dezelfde hoogte.

Kijk naar de lengte van de twijgen: kort is recent geknot, lang is aan de beurt.

Bronnen, bijschriften en verantwoording ↗

Rubrieken

HomeStad & streekNatuurEropuitMuseaReceptenWeerVolksverhalenAlle verhalen