
Brabantse zandverstuivingen: heide die weer gaat lopen
Op de Loonse en Drunense Duinen waait zand over het fietspad. Dat is geen strand. Het is een stuifzand dat het binnenland zelf maakte.
Brabant ligt op dekzand. Eeuwen plaggen, begrazen en kappen haalden de vegetatie weg. Kale, droge zandgrond ging lopen. Er ontstonden paraboolduinen en vlaktes die ‘woestijn’ werden genoemd. De Loonse en Drunense Duinen zijn het bekendste restant; ook de Strabrechtse Heide en andere Kempische terreinen hebben open zand. Zonder beheer groeit den en gras dicht. Intensieve betreding kan de kwetsbare begroeiing beschadigen. Beheerders zoeken een midden: genoeg kaal zand voor specialisten, genoeg begroeiing tegen verstuiving over de buren.
Stuifzand is jonger en losser dan een Saale-stuwwal. Het is windwerk op menselijk ontgonnen grond. Voetstappen klinken anders. Het zand is koud in de schaduw, heet in de zon. Pioniersplanten als buntgras houden de eerste korrels vast. Daarna komt hei, dan bos. De cyclus is het verhaal, niet één foto van kaal geel.

Voor jou is het een wandelgebied. Voor de bodem is het een werkplaats. Blijf op paden waar dat gevraagd wordt: te veel korte routes maken nieuwe geulen.
Brabant bewaart hier een landschap dat ontstond toen mensen te veel van het zand vroegen — en dat nu bewust een beetje wild mag blijven.
Even anders kijken
Binnenlands stuifzand ontstaat als de begroeiing verdwijnt; de wind doet de rest.
Vergelijk een kale duinpan met de begroeide rand: daar stopt of start het zand.