
Een natte ochtend zonder regen: waar dauw vandaan komt
Een droog gebleven nacht en toch druppels op het gras: dat hoeft geen raadsel te zijn. Water kan zich ter plaatse vormen uit waterdamp die al in de lucht zat. Voor dauw hoeft er geen bui over te trekken. Het koude oppervlak doet het werk.
Waterdamp zelf kun je niet zien. Pas wanneer die condenseert, ontstaan zichtbare druppeltjes. Het KNMI beschrijft het dauwpunt als de temperatuur waarbij waterdamp door afkoeling begint te condenseren, zonder dat er vocht wordt toegevoegd of weggehaald. De relatieve vochtigheid bereikt dan 100 procent: de lucht is bij die temperatuur verzadigd.
Dat betekent niet dat de lucht opeens uit water bestaat. Het percentage zegt iets over de hoeveelheid waterdamp ten opzichte van de verzadigingshoeveelheid bij die temperatuur. Het is dus geen maat voor hoeveel procent van de lucht water is. Afkoeling kan het percentage laten stijgen zonder dat er een druppel water bij komt.

Een heldere nacht helpt de grond afkoelen. Het aardoppervlak zendt dan meer straling uit dan het uit de atmosfeer ontvangt. Vlak erboven koelt ook de lucht af; op een voldoende koud oppervlak kan vocht neerslaan. Hetzelfde principe verklaart een beslagen bril in een warmere, vochtige omgeving: het glas is koud genoeg om het vocht uit de lucht erop te laten condenseren.
Dauw en mist zijn daarmee verwant, maar ze vertellen een ander verhaal. Bij dauw zit het water op een oppervlak; bij mist zweven kleine druppeltjes in de lucht. Het KNMI wijst er zelfs op dat dauwvorming in een geheel windstille nacht de ontwikkeling van uitgebreide mistvelden kan beperken. Een beetje menging door wind kan juist vocht naar de onderste luchtlaag aanvoeren.
Een nat grassprietje is daarom geen regenmeter. Het laat zien wat er met vocht en temperatuur op die plek is gebeurd. Voor de vraag of het heeft geregend, heb je andere waarnemingen nodig dan alleen een glanzend gazon.
Hero: freestocks.org / Wikimedia Commons (CC0). Beeldverantwoording