Zaanse Schans: molens, musea en een dorp van verplaatste huizen
De Zaanse Schans is in de twintigste eeuw gebouwd uit panden die elders in de Zaanstreek stonden. Wat je er ziet, verwijst naar een streek waar in de achttiende en negentiende eeuw ruim zeshonderd molens draaiden.

De Zaanse Schans is vrij toegankelijk: je loopt het dorp zonder poort binnen. Er wonen en werken ook mensen. Tussen de groene houten huizen staan molens, werkplaatsen en winkels, en bij het water liggen de musea.
Het dorp is aangelegd. Architect Jaap Schipper presenteerde in 1946 het plan en geldt als de geestelijk vader van de Zaanse Schans. Vanaf 1961 werden bestaande panden uit de Zaanstreek over weg en water naar de plek gebracht en gerestaureerd. De Stichting Zaans Schoon leidde tot 1963 de voorbereiding, het ontwerp en de eerste verplaatsingen, onder toezicht van Schipper en met steun van de Zaandamse gemeentearchitect G.M.G. Bakker. In 1963 kwam er een tweede restauratiearchitect: Cornelis de Jong, die als eerste het huis aan de Zeilenmakersstraat in Westzaan herbouwde.
Het doel was om het Zaanse erfgoed van dichtbij te laten beleven in plaats van het alleen in geschiedenisboeken te lezen. De Schans laat zien hoe een Zaanse woon- en werkbuurt er rond het midden van de negentiende eeuw uitzag, met huizen, pakhuizen, molens, sloten en land.

Die molens hebben een reden. In de achttiende en negentiende eeuw was de Zaanstreek een industriegebied, met ruim zeshonderd molens tegelijk. Ze maakten gezaagd hout, papier, gemalen kruiden, eet- en verfolie, verfstoffen, vezels, meel en cacaopoeder. De industriële zagerij werd mogelijk door de krukas die Cornelis Corneliszoon van Uitgeest in 1594 uitvond: die zet de draaiende beweging van een molen om in een zagende beweging. In de zeventiende eeuw lanceerden 26 scheepswerven in de streek elk jaar zo'n honderd tot honderdvijftig schepen.
Twaalf molens staan er op de Schans. De Kat is een verfmolen die pigmenten, krijt en olie maakt. De Zoeker is een oliemolen. Het Jonge Schaap is een zeskantige zaagmolen, in 2007 als replica gebouwd. De Huisman is een specerijenmolen die in 1786 als snuifmolen begon, en De Bleeke Dood is een stenen graanmolen, een stellingmolen die vroeger meel voor de plaatselijke bakkers maalde.
Ook de musea laten zien wat er in de streek werd gemaakt. Het Zaans Museum, geopend in 1998 aan Schansend 7, toont samen met de Verkade Experience een fabriek zoals die er begin twintigste eeuw uitzag, met werkende machines en de geschiedenis van chocolade en biscuit. In de Museumwinkel Albert Heijn aan de Kalverringdijk 5 staat het originele interieur van een kleine kruidenierswinkel; Albert Heijn nam in 1887, op zijn eenentwintigste, de winkel van zijn ouders over. Het gebouw is een rijksmonument. Het Bakkerijmuseum aan het Zeilenmakerspad 4 zit in een bakkerij uit 1658 met een authentieke broodoven, waar je de duivekater proeft. Het pand stond tot 1970 aan het Hazepad in Zaandijk.
Station Zaandijk–Zaanse Schans ligt ongeveer een kwartier lopen van het dorp, en vanaf Amsterdam Centraal is het met de stoptrein zo'n 17 minuten rijden. Buslijn 800 doet er ongeveer 24 minuten over, en lijn 801 stopt direct naast het Zaans Museum. Fietsen mag niet op de smalle paden tussen de huizen.
Praktisch
Adres: Zaanse Schans, navigatieadres Schansend 7, Zaandam
Trein: station Zaandijk–Zaanse Schans, ongeveer 15 minuten lopen; vanaf Amsterdam Centraal ongeveer 17 minuten met de stoptrein
Bus: lijn 800 vanaf Amsterdam Centraal in ongeveer 24 minuten; lijn 801 stopt naast het Zaans Museum
Parkeren: 15 euro per bezoek voor auto's
Fietsen niet toegestaan op de smalle paden tussen de huizen