
Gelderse stuwwallen: ijs dat riviergrond omhoogduwde
De Veluwezoom en de heuvels bij Nijmegen zijn geen opgewaaid duin. Het zijn stuwwallen: bevroren rivierlagen die het landijs in het Saalien opzij perste.
Ruim honderdvijftigduizend jaar geleden schoof Scandinavisch ijs tot midden-Nederland. Voor het ijs uit lagen zand en grind die rivieren eerder hadden neergelegd. Die bevroren pakketten braken in schubben en gingen scheef staan. Wat jij als ‘berg’ befietst, is die scheve stapel. De Gelderse Vallei ertussen is het bekken dat het ijs uitsleet.
Op de Veluwezoom zie je de steile zuidrand: daar knaagde later de rivier. Bij Nijmegen-Kleef is dezelfde boog door de Rijn onderbroken. Dat is iets anders dan de Utrechtse Heuvelrug als lange dam in het westen, al is de motor dezelfde. Smeltwaterdalen kerven de flanken. In de volgende ijstijd bereikte het landijs Nederland niet meer, wel wind en droogte; dekzand en rivierduinen vulden de voeten van de wal.

Lees het landschap van laag naar hoog. Eerst klei of rivier, dan grof zand, dan uitzicht. Een posbankachtige kam is geen duinrug. Duinzand is gestoven. Stuwwalzand is geduwd.
Neem een weg die van het lage land omhoogloopt. Het hoogteverschil maakt de oude stuwwal ineens tastbaar: wat op een kaart een lijn lijkt, voel je hier in je benen.
Even anders kijken
Stuwwallen van Veluwe en Utrechtse Heuvelrug omarmen hetzelfde glaciale bekken: de Gelderse Vallei.
Vergelijk een steile rivierwand met een glooier binnenlandse flank van dezelfde wal.