
Kröller-Müller Museum toont deze herfst al zijn 88 Van Gogh-schilderijen tegelijk
Otterlo toont deze herfst alle 88 Van Gogh-schilderijen uit de eigen collectie tegelijk, waar er normaal zo'n dertig tot veertig hangen. De expositie is ingedeeld rond de thema's geloof, hoop en liefde.
In Otterlo hangt deze herfst een compleet gezin bij elkaar. Het Kröller-Müller Museum toont van 15 september 2026 tot en met 3 januari 2027 alle 88 schilderijen van Vincent van Gogh uit zijn eigen collectie tegelijk. Normaal hangen er in de vaste Van Gogh-galerij zo'n dertig tot veertig, vertelde minister Rianne Letschert (OCW) bij de opening op zaterdag 19 september 2026, maar voor deze tentoonstelling komt de rest uit depot, van restauratie en van bruiklenen terug naar Otterlo.
Museumgrondlegger Helene Kröller-Müller bouwde met deze schilderijen in haar tijd de grootste particuliere Van Gogh-collectie ter wereld op, meldt het museum; inmiddels is de verzameling na die van het Van Gogh Museum in Amsterdam de tweede ter wereld. Minister Letschert noemde het samenbrengen van alle werken toen "een unieke prestatie. Hier in Otterlo, in Nederland en in de wereld."
Geloof, hoop en liefde als leidraad
Het museum koos ervoor de schilderijen niet op volgorde van ontstaan te hangen, maar rond drie thema's: geloof, hoop en liefde. Van Gogh noemde deze drie deugden zelf in een preek die hij, meldt het museum, op zondag 29 oktober 1876 hield in de Wesleyan Methodist Church in het Engelse Richmond. Later koos hij, op aanraden van zijn broer Theo, voor het kunstenaarschap. De waarden uit die preek liet hij nooit los, maar voortaan uitte hij ze via zijn schilderkunst.
Door de werken thematisch en niet chronologisch te tonen, worden onverwachte verbanden zichtbaar, zo verwoordde de minister het bij de opening: een vroeg doek uit Nuenen dat opeens verwantschap toont met een laat werk uit Saint-Rémy.
Van dreigende veiling tot rijksmuseum

Dat de collectie nu in Otterlo hangt, was allerminst vanzelfsprekend. Volgens de toespraak van minister Letschert stond het familiebedrijf van de Kröller-Müllers begin jaren dertig van de vorige eeuw op de rand van de afgrond, waardoor Helenes verzameling dreigde te worden geveild. Opkopers zagen voor het landgoed toen al een toekomst als racecircuit, met jachthuis Sint Hubertus als luxe hotel.
Volgens diezelfde toespraak van minister Letschert bezocht minister Henri Marchant in 1935 het landgoed op verzoek van Helene Kröller-Müller. Mogelijk deed ze hem toen het voorstel dat de Staat het landgoed en het jachtslot zou aankopen, in ruil voor haar kunstcollectie en de bouwtekeningen voor het museum dat ze voor ogen had. Marchant regelde daarop een hypothecaire lening bij de ministerraad, ondanks weerstand van tegenstanders die de uitgave in een tijd van werkloosheid onverantwoord vonden. In 1938 maakte Helene Kröller-Müller de opening van het eerste, tijdelijke museumgebouw nog net mee.
Voelen en luisteren
De tentoonstelling is ook toegankelijk gemaakt voor bezoekers die niet kunnen zien. Bij het schilderij "Brug te Arles (Pont de Langlois)" staat, meldt het museum, een speciaal voelmeubel waarmee het verhaal van het doek op een andere manier wordt verteld, zodat bezoekers met een visuele beperking de brug met hun handen kunnen voelen. Met een koptelefoon is daarnaast een gesproken beeldbeschrijving van het schilderij te beluisteren.
Voor kinderen brengt het museum, samen met uitgeverij Leopold, het prentenboek "Leven om te schilderen" uit, geschreven door Janneke Ipenburg. In het boek leert de jonge Vincent zichzelf schilderen, met steun van zijn broer Theo. Dankzij de brieven die de broers hun hele leven aan elkaar schreven, is nog altijd te reconstrueren hoe Vincent zich ontwikkelde en voelde, meldt het museum.

Foto: De glazen vleugel van het Kröller-Müller Museum in Otterlo, tussen de beukenbomen van Nationaal Park De Hoge Veluwe. Foto uit februari 2019. Ziko van Dijk / Wikimedia Commons (CC BY-SA 4.0)