De klok gaat terug, maar het Europese plan loopt nog
Redactie ·
In de nacht van 24 op 25 oktober gaat Nederland terug naar wintertijd. Het plan om de halfjaarlijkse omschakeling af te schaffen is nog niet afgerond en krijgt in 2026 een nieuwe impactstudie.

In de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober 2026 gaat de klok een uur terug. Om 03.00 uur wordt het weer 02.00 uur, meldt de Rijksoverheid. Zo begint de wintertijd, die samenvalt met de wettelijke Midden-Europese standaardtijd.
De overgang volgt ieder jaar dezelfde kalenderregel: in het laatste weekend van oktober gaat de klok terug; in maart gaat hij weer vooruit. Nederland voerde de zomertijd in 1977 in om aan te sluiten bij buurlanden. Sinds 1980 is de zomertijd Europees geregeld.
De Europese Commissie stelde in 2018 voor om de seizoensgebonden tijdwisseling te beëindigen. Het Europees Parlement nam in 2019 zijn standpunt in eerste lezing aan, maar de procedure wacht nog op een standpunt van de Raad van de EU.

Een notitie van de Raad uit juni 2026 zegt dat de besprekingen na de eerste discussies vastliepen en dat de Raad nog geen positie heeft afgesproken. De bestaande klokwisseling blijft daarom van kracht; voor afschaffing is geen tijdpad vastgesteld.
Ondertussen onderzoekt de Europese Commissie de gevolgen van verschillende opties. De studie begon in februari 2026 en vergelijkt tien scenario’s, waaronder permanente zomer- en wintertijd. Het resultaat wordt tegen het einde van 2026 verwacht.
De Rijksoverheid vermeldt ook wat de kortste dag betekent voor het daglicht: op 21 december wordt het rond 08.45 uur licht en gaat de zon rond 16.30 uur onder. Dat is een praktische reden waarom de klokwissel elk najaar weer voelbaar wordt.