
Efteling: het ambacht om iets nieuws er oud uit te laten zien
De sprookjeshuizen in Kaatsheuvel ogen alsof er al generaties wonen. Achter die indruk zitten tekeningen en ambacht: nieuwe gebouwen krijgen een verhaal in hun gevel.
Eind 1951 vroeg Peter Reijnders illustrator Anton Pieck mee te werken aan een sprookjesbos. Pieck stelde eisen die het park als ontwerpuitgangspunt behandelt: nabouwen zoals getekend, en met echte materialen. Geen kabouters van papier-maché, wel scheve muurtjes en echte pannen. Tot 1974 ontwierp hij gevels, letters, prullenbakken. Ton van de Ven zette die lijn later voort. Het Efteling-archief bewaart honderden tekeningen. De kleuren van het park blijven aan zijn palet gebonden.
Dat ‘oud’ maken is een vak. In de werkplaatsen van Decoratie & Vormgeving wordt stuc half afgebrokkeld, steen door de pleister gehaald, lijnen nét niet waterpas gezet. Metselwerk dat te strak was, paste niet bij de tekening. De stijl is dus geen toevallige slijtage. Het is geënsceneerde ouderdom: nieuwe constructie die honderd jaar moet lijken op de dag dat ze klaar is.

Daarmee is de Efteling geen openluchtmuseum van historische boerderijen. Het is een ontwerptraditie die romantiek als ambacht organiseert. Wat middeleeuws oogt, is twintigste-eeuwse precisie in hout, steen en verf.
Kijk naar een ‘afgebladderde’ gevel en zoek de regelmaat in de onregelmaat. Daar zit de tekening nog onder.
Even anders kijken
Pieck bemoeide zich tot in folderbakken en tegelmotieven: het park moest als één tekening voelen.
Vergelijk een vroege Sprookjesbosgevel met later werk: dezelfde afbrokkelende stuc, andere schaal.