HOLLANDMagazine
Nederlands

Eén woord te veel

Bij Echt, in Limburg in het zuidoosten van Nederland, vertelde men over een onthoofde vrouw die bij de ruïne van het Sleutje rondwaarde. In oorlogstijd hadden inwoners haar gedood, zonder dat ze vóór haar dood de kerkelijke vergeving had ontvangen. Haar geest had de mensen van Echt wraak gezworen.

Eén woord te veel — kleurillustratie
Eén woord te veel — kleurillustratie Illustratie: Holland Magazine · Beeldcredits

Drikus lag daar te slapen.

Het was vroeg in de lente. Misschien had het bier uit Susteren hem goed gesmaakt. In ieder geval had hij weinig last van de kou toen de zon verdween. Zelfs de drie eikels die op zijn neus vielen, maakten hem nauwelijks wakker. Heel even verwonderde hij zich over eikels in het voorjaar. Toen snurkte hij verder.

Woensdag en vrijdag waren de gevaarlijkste dagen om de vrouw tegen te komen. Gelukkig was het een andere dag.

Om middernacht werd Drikus wakker van hitte.

Er brandde een blauwe vlam. Een ketel kwam door de lucht aanrammelen en bleef erboven hangen. Het begon te borrelen. Daarna begon het te stinken.

Drikus niesde.

Boven hem rommelde het. Door de lucht reed een gloeiende koets, getrokken door twee zwarte bokken met vleermuisvleugels. Drikus kroop achter een struik.

De vrouw stapte uit, liep naar de ketel en lichtte het deksel op. Toen keerde ze zich om, recht naar zijn schuilplaats.

Ze wierp haar witte mantel af.

Waar haar hoofd had moeten zitten, eindigde haar hals. Het hoofd droeg ze in haar rechterhand. Er droop bloed naar beneden, dat weer langs haar lichaam omhoog leek te kruipen. Het hield niet op.

Drikus keek liever naar de ketel.

Dat was een vergissing.

‘Hoofden,’ zei ze. ‘Uit Echt.’

Hij stond op trillende benen. Ze beval hem te luisteren en vertelde over drie kisten die ze vóór haar dood begraven had, vol goud en juwelen.

Ze gaf hem een berkentakje om de plek te markeren. Op dinsdag moest hij terugkomen, met een helper en nieuwe spaden. Ze moesten zeven voet diep graven, ongeveer twee meter.

En zwijgen.

Eén kist was voor de armen, één voor de kerk. De derde mochten de gravers houden.

Zolang de schat onder de grond bleef, kon zij niet ophouden met zwerven.

Eén woord te veel — schetsillustratie
Eén woord te veel — schetsillustratie Illustratie: Holland Magazine · Beeldcredits

Toen verdween ze.

Drikus stak het takje in de grond en rende naar Echt. Een helper vinden was niet moeilijk. Hannes, de broer van zijn vrouw, leek hem geschikt.

‘Je mag niets zeggen.’

‘Natuurlijk niet.’

Het wachten op dinsdag duurde verschrikkelijk lang. Drikus wist nu waar hij rijk kon worden en moest nog steeds gewoon arm rondlopen. Ieder uur deed alsof het geen haast had.

Toen de dag eindelijk kwam, gingen ze op weg met nieuwe spaden. Hun lippen hielden ze al op elkaar. Het kon geen kwaad zich vroegtijdig behoorlijk te gedragen.

Ze vonden het takje. Drikus trok het uit de grond en begon te graven.

Aarde opzij. Dieper. Nog dieper.

Zeven voet, had ze gezegd. Hij hield de maat in zijn hoofd. Hannes werkte naast hem. Ze zwegen voortreffelijk. Geen van beiden had ooit zo’n winstgevende stilte meegemaakt.

Een spade raakte hout.

Hannes sprong overeind.

‘Drikus! Daar is de schat!’

Onder hun voeten rinkelde geld.

Het geluid zakte weg. Dieper, verder, steeds zachter, tot er niets meer te horen was.

Ze hadden de kist al geraakt. Nu was de schat zo diep weggezakt dat ze hem nooit meer konden opgraven.

De vrouw bleef rondwaren bij Echt.

Hannes had verder niets te zeggen.

Rubrieken

HomeStad & streekNatuurErfgoedReceptenAlle verhalen