HOLLANDMagazine
Nederlands

Doesburg laat de IJssel en mosterd samen spreken

Een wandeling door de Hanzestad voert van de rivier langs oude vestingwerken naar een museum waar het mosterdambacht nog zichtbaar is.

Het bakstenen stadhuis in de historische binnenstad van Doesburg.
Het stadhuis van Doesburg, gefotografeerd in 2019. Foto: G.Lanting / Wikimedia Commons · CC BY 4.0 · Beeldbron · Beeldcredits

In Doesburg liggen twee verhalen dicht bij elkaar. Langs de IJssel verklaart het water waarom de stad ooit een handelsplaats werd; in de Boekholtstraat laat een kleine mosterdfabriek zien hoe een lokaal ambacht een plaats in het stadsbeeld kreeg. Daartussen liggen de historische binnenstad en de oude vestingwerken. Wie de stad wandelend verkent, kan het brede rivierlandschap, de straatjes en de Doesburgse mosterdtraditie in één bezoek met elkaar verbinden. Het is een route die de geschiedenis tastbaar maakt zonder dat er een groot programma voor nodig is.

De ligging was voor Doesburg beslissend. Hier mondt de Oude IJssel uit in de Gelderse IJssel. De gemeente vermeldt dat de nederzetting in 1237 stadsrechten kreeg en sinds 1447 tot de Hanze behoorde. De rivieren verbonden de plaats met handel over het water, maar vormden tegelijk een bedreiging: in 1343 werd de stad uitgebreid nadat de rivier grond had weggeslagen. De huidige Ooipoortstraat en Meipoortstraat kwamen toen binnen de stadsmuren. Zo zit het water niet alleen in het uitzicht vanaf de kade, maar ook in de vorm van de binnenstad.

Glazen met Doesburgse mosterd in het Mosterdmuseum.
Mosterdglazen in het Doesburgsche Mosterdmuseum, gefotografeerd in 2025. Foto: Ziko van Dijk / Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · Beeldbron · Beeldcredits

De handel maakte Doesburg welvarend, maar die bloei bleef niet vanzelf bestaan. Volgens de gemeente begon de teruggang aan het einde van de vijftiende eeuw, onder meer doordat de IJssel verzandde. In 1552 werd besloten de rivier te verleggen. Later kreeg de plaats vooral betekenis als vesting. Prins Maurits richtte haar vanaf 1607 in als grensvesting; tot 1945 was er vrijwel voortdurend een garnizoen. Daarmee veranderde de rol van de stad van handelscentrum naar verdedigde plaats, terwijl de historische kern binnen de wallen bleef liggen.

Aan de rand van het centrum zijn die verdedigingswerken nog te volgen. De Hoge en de Lage Linie werden naar plannen van Menno van Coehoorn in de eerste helft van de achttiende eeuw aangelegd. De gemeente beschrijft de Lage Linie als vrij toegankelijk via de paden vanaf de Turfhaven of de Kraakselaan. De Hoge Linie is niet vrij toegankelijk. De wallen geven een andere schaal aan een bezoek dan de nauwe straten in het centrum.

In de Boekholtstraat krijgt het stedelijke verleden een veel kleinere maat. De fabriek aan Boekholtstraat 22 tot en met 26 werd in 1974 uitgebreid met een museum in een oude woning en opslagplaats. Het museum laat oude mosterdmolens en gereedschap uit verdwenen fabriekjes zien en toont hoe boerenmosterd op traditionele wijze wordt gemaakt. Dat verbindt de geschiedenis van een plaatselijk product met het werk dat ervoor nodig is. Het is meer dan een winkel waar je een potje koopt.

Wie binnen wil kijken, kan volgens het museum op eigen gelegenheid rondlopen. Voor een demonstratie vraagt het bedrijf een groep van ten minste tien personen; voor kleinere gezelschappen is reserveren niet nodig. De eigen bezoekpagina noemt voor dinsdag tot en met zaterdag uren van 11.00 tot 16.00 uur en meldt dat maandag en zondag gesloten zijn. Omdat bezoekinformatie kan veranderen, is het verstandig die pagina vlak voor vertrek opnieuw te raadplegen. Het adres is Boekholtstraat 22–26; winkel en museum hebben volgens het bedrijf verschillende openingstijden.

Een wandeling kan bij de rivier beginnen, door de binnenstad naar het mosterdmuseum gaan en vervolgens de toegankelijke Lage Linie opzoeken. Onderweg zie je drie opeenvolgende rollen van Doesburg: een plaats die door twee rivieren groeide, een stad die zich achter wallen verdedigde en een centrum waar ambacht nog wordt getoond. Het museum is een concreet eindpunt, maar de route hoeft niet van één toegangskaartje af te hangen. De kade, straten en linies vertellen ook buiten de museumdeur waarom juist deze plek een Hanzestad werd.

Rubrieken

HomeStad & streekNatuurErfgoedReceptenAlle verhalen