Sint-Maartenliedjes: historische varianten uit de Liederenbank
Een Groninger versie en oude tekstvarianten tonen hoe het lied veranderde. Hoe kinderen nu per provincie zingen, is niet vastgesteld.

Een bekend Sint-Maartenlied begint volgens het Meertens Instituut met „Elf november is de dag dat mijn lichtje branden mag”. De Nederlandse Liederenbank bewaart daarnaast andere teksten. Het archief laat zien dat een gedeeld feest niet overal met dezelfde woorden werd bezongen.
Een lied in de Liederenbank begint met „Vandaag is ’t Sinte Maarten / Morgen is ’t Sinte Kruk”. De detailpagina vermeldt provincie Groningen als herkomst en classificeert het als Sint-Maartenslied en wereldlijk kinderlied. Daarmee is voor deze historische optekening een herkomst bevestigd.

De Liederenbank koppelt dit type aan 33 liederen. In de resultaatlijst staan verschillende schrijfwijzen en dialectvormen van de beginregel. Een bronvermelding uit Kempenland uit 1925 staat tussen die historische optekeningen; dat is geen bewijs dat kinderen daar nu dezelfde woorden zingen.
Ook een verwante regel over kou, een turfje of hout wordt bij het Groninger lied genoemd. Zulke regels herinneren aan oudere gebruiken rond Sint-Maarten. Het Meertens Instituut beschrijft hoe jongeren vroeger langs de deuren gingen om hout voor een vreugdevuur te verzamelen.
Het Meertens Instituut noemt Groningen, Utrecht, delen van Noord-Holland, Noord-Brabant en Limburg als gebieden waar het feest vaak wordt gevierd. Dat zegt iets over de verspreiding van de viering, maar niet welke melodie of tekst vandaag in een bepaalde provincie klinkt.
De historische liederen zijn geen actuele vergelijking tussen Groningen, Brabant en Limburg. Daarom is dit een verhaal over bewaarde varianten, geen gids die moderne regionale verschillen vastlegt. De oude optekeningen zijn een ingang voor wie de verandering van taal en gebruik wil onderzoeken.