Noord-Holland zoekt recreatieruimte: een hectare dichtbij telt anders
Een nieuw provinciaal bericht noemt een tekort van bijna 30.000 hectare. Het onderzoek erachter vergelijkt behoefte en aanbod voor 2024. Waar groen ligt, is daarbij minstens zo belangrijk als hoeveel hectare er is.
Meer bos ergens in de provincie helpt niet automatisch iemand die dicht bij huis wil wandelen. Dat is een van de concrete inzichten uit het onderzoek naar recreatieruimte dat Noord-Holland op 6 oktober 2026 onder de aandacht brengt. Groen dat te ver van woningen ligt, kan een andere functie hebben, maar neemt de behoefte aan een plek in de buurt niet zomaar weg.
Bureau Ruimte & Vrije Tijd en Bureau BUITEN brachten in opdracht van de provincie aanbod en behoefte bij elkaar in een ruimtelijk model. Hun vergelijking gaat over 2024 en gebruikt normen voor recreatief gebruik van gebieden buiten de steden. Het verschil is uitgedrukt in hectares: voor heel Noord-Holland komt het berekende tekort uit op 29.903 hectare.
Dat getal beschrijft een verhouding tussen ruimte en gebruik. Het is geen inventaris van bijna 30.000 hectare lege kavels die nu klaarstaan om recreatiegebied te worden. Ook volgt er niet uit dat iedere bestaande natuurhectare intensiever gebruikt kan worden. Het model kijkt vanuit de recreant; wat een natuurgebied ecologisch aankan, vraagt een eigen beoordeling.
De regionale cijfers laten zien waarom de ligging ertoe doet. Voor Alkmaar en omstreken berekenen de onderzoekers over 2024 een tekort van 3.101 hectare. Voor Amsterdam is dat 8.203 hectare. In de prognose voor 2040 worden die cijfers respectievelijk 3.140 en 8.759 hectare. De vergelijking gaat over dezelfde definitie in hetzelfde model, niet over een telling van toekomstige aangelegde parken.
Voor de hele provincie raamt het rapport bij ongewijzigd aanbod en recreatiegedrag een tekort van ongeveer 31.500 hectare in 2040. Bezoek door verblijfstoeristen is in deze berekening niet meegenomen. De uitkomst is dus een aanwijzing voor ruimtelijke planning, met grenzen aan wat het getal omvat.
De provincie wil recreatie daarom combineren met andere ruimtelijke opgaven: woningbouw, waterbeheer, natuur en mobiliteit. Die aanpak staat in de ontwerp-Omgevingsvisie. Het gaat om een voorgestelde manier om plannen te verbinden, niet om het besluit dat het berekende tekort al wordt opgelost.
De afstand tot woningen maakt de opgave concreet. Een nieuw pad, bos of recreatiegebied krijgt voor inwoners waarde wanneer het ook bereikbaar is op het moment dat ze naar buiten willen. Het rapport maakt daarmee duidelijk waarom alleen hectares optellen onvoldoende is: er moet ook een verbinding zijn tussen de ruimte en de mensen voor wie zij bedoeld is.