Hattem lees je van Markt tot Dijkpoort
De compacte vestingstad bij de IJssel laat haar handelsverleden zien in straten, gevels, muurrestanten en haar laatste stadspoort.

Vanuit de Kruisstraat verschijnt de Dijkpoort tussen de gevels. Aan de ene kant ligt de compacte binnenstad van Hattem; aan de andere kant begint het landschap van de IJssel. Die korte overgang maakt het stadje geschikt voor een wandeling waarin je niet alleen monumenten bekijkt, maar ook begrijpt waarom hier ooit muren en poorten nodig waren. De poort is de laatste overgebleven stadspoort van Hattem. Ze is een duidelijk herkenningspunt voor wie het verhaal van deze voormalige vestingstad te voet wil volgen.
Hattem ligt aan de noordrand van de Veluwe, bij de uiterwaarden van de IJssel. Volgens een gemeentelijke groenstructuurvisie verplaatste de kern zich rond 1200 dichter naar de rivier. De gemeente noemt de wens om bij de IJssel handel te drijven als vermoedelijke verklaring; dat blijft dus een hypothese, geen vaststaand motief. In 1299 kreeg Hattem stadsrechten. Visit Hattem beschrijft hoe de stad in de middeleeuwen als Hanzestad bloeide. Het oude stratenpatroon laat de compacte schaal van die handelsplaats nog steeds zien.

Handel vroeg om bescherming. Volgens Visit Hattem stonden er hoge muren, een gracht en bewaakte poorten rond de stad. Van die verdedigingswerken bleven delen van de stadsmuur en de veertiende-eeuwse Dijkpoort bewaard. Het is verleidelijk om zo’n poort als los fotopunt te behandelen, maar in de straat komt haar functie beter naar voren: hier kon je de ommuurde stad binnenkomen of verlaten. Een wandeling vanaf de Kruisstraat naar de poort verbindt dus het dagelijkse leven in de binnenstad met de oude grens van de vesting.
Op De Markt liggen nog meer herkenningspunten bij elkaar. De gemeentelijke beschrijving van de historische binnenstad noemt de Grote of Andreaskerk en het stadhuis aan dit centrale plein. De Kerkstraat en de Kruisstraat vormen samen de historische hoofdassen naar de Markt. Wie deze straten volgt, krijgt de plattegrond van Hattem bijna vanzelf mee. Visit Hattem wijst daarnaast op koopmanshuizen en voormalige stadsboerderijen. Dat zijn andere sporen van de plaats dan de verdedigingswerken: gebouwen van wonen, werken en bestuur achter de poort.
De rivier speelde ook een rol in wat Hattem maakte. Visit Hattem schrijft dat de stad in de Hanzetijd bekendstond om bakstenen uit IJsselklei. Het toeristisch bureau noemt bovendien resten van kasteel Dikke Tinne als onderdeel van een stadswandeling. De combinatie van klei, stenen, muren en gebouwen biedt een tastbaar thema voor een bezoek: kijk niet alleen naar de vorm van een gevel, maar ook naar het materiaal. Zo krijgt de IJssel een plaats in de stad zelf, zelfs wanneer je de rivier tijdens het eerste deel van de wandeling niet ziet.
Voor wie meer uitleg wil dan een eigen rondje biedt het Toeristisch Informatiepunt volgens Visit Hattem wandelkaarten en een stadswandeling met gids aan. De genoemde duur is ongeveer anderhalf uur; beschikbaarheid en prijs moeten voor vertrek opnieuw worden gecontroleerd. Een bezoek aan een museum kan daarnaast, maar is niet nodig om de structuur van de stad te zien. Het Nederlands Bakkerijmuseum, het Voerman Stadsmuseum en het Anton Pieck Museum liggen volgens het toeristisch bureau in Hattem.
Hattem laat zich in een rustige volgorde bekijken: begin bij De Markt, volg de Kruisstraat naar de Dijkpoort en zoek daarna de rand van de stad op. De oude as, de poort en het uitzicht richting de uiterwaarden verklaren elk een ander deel van het verhaal. Dezelfde wandeling laat ook zien dat een vestingstad niet alleen uit muren bestond. Binnen die grens waren handel, bestuur en dagelijks werk met elkaar verweven. In Hattem liggen de aanwijzingen daarvoor dicht genoeg bij elkaar om ze zonder haast te ontdekken.