De koning die stilte wilde
In Limburg, in het zuidoosten van Nederland, vertelde men over reuzenkoning Halichem. Zijn volk wilde dat hij trouwde. Hij wilde dat zijn volk ophield erover te beginnen.

Overal in het land vertelde men van reuzen. Die zouden de grote stenen in Drenthe hebben opgestapeld en de heuvels op de Veluwe hebben neergegooid. Bij Haarlem kende men Walberech. Toen rovers haar vee meenamen, stapte zij hen over zee achterna, pakte hun schip met één vinger op en gooide het in de lucht. De rovers aten nooit meer iets. Walberech at hen.
Ze bracht haar koeien onder de ene arm naar huis, de paarden onder de andere. De schapen graasden op haar hoofd.
Reuzen hadden een flinke eetlust, droegen dierenvellen en konden veel ouder worden dan mensen. Dat hielp alleen niet als er geen nieuwe koning klaarstond wanneer de oude doodging.
Halichem was ongeveer vijftig en had geen vrouw.
Hij was een man van weinig woorden. Die weinige woorden waren doorgaans bevelen. Hij vond dat een uitstekende manier om een gesprek te voeren.
Zijn onderdanen maakten zich zorgen over de opvolging. Uiteindelijk waagde één reus het de koning aan te spreken.
Welke woorden hij ook koos, Halichem begon zo te bulderen dat alle andere reuzen het hoorden.
De reuzen vluchtten. Waar ze met hun grote voeten terechtkwamen, ontstonden volgens het verhaal heuvels en dalen. Pas na dagen durfden ze terug. Halichem wilde niet trouwen. Waarom niet, zei hij er niet bij.
Het volk hield een geheime vergadering. Eén reus was kennelijk onvoldoende geweest. Ze zouden er zeven sturen, en dan liefst de sterkste.
Deze afvaardiging bood de koning een verzoek aan. Zij stonden er met zeven enorme lijven bij terwijl hij het in ontvangst nam.
Halichem zou erover nadenken.
De zeven bleven staan. Niemand hoefde ditmaal te vluchten.
De koning ging zelf een vrouw zoeken. Hij vond een reuzin die hem beviel, ongeveer vier voet kleiner dan hij. Het volk was zo blij dat men bij Echt meteen een paleis begon te bouwen. Het moest gauw klaar zijn voor de bruiloft. Aan het ontwerp werd daarom niet al te veel tijd verspild.
Intussen leerde Halichem zijn verloofde beter kennen.
Ze vertelde over een armband van een andere reuzin. Over de oorbellen van weer een andere. Over een oude vrijer die ze niet had gewild en een jonge die nog erger was geweest. Daarna kwam de familie van een nicht ter sprake. Het was een grote familie.
Halichem wachtte op een ademhaling.
Die kwam, maar er paste geen woord tussen.
Ze vertelde dat iemand haar met een mens had vergeleken. Een méns! Die reuzin kwam er niet in op de bruiloft. Of juist wel, zodat ze haar duidelijk kon laten merken hoe weinig welkom ze was. Wat vond Halichem daarvan?
Hij opende zijn mond.
‘Laat mij ook eens uitpraten.’

Hij sloot hem weer.
Ze liet haar eten staan om verder te vertellen. Dat was bij een reus bepaald geen kleinigheid. Pas ‘s nachts hield ze op. Dan lag Halichem wakker en hoorde in zijn hoofd alsnog hoe het zat met de nicht en de armband en de reuzin die niet kwam, tenzij ze wel kwam.
De volgende ochtend was zijn verloofde uitgerust.
Ze had nog iets bedacht.
Halichem werd stiller. Zijn ogen begonnen te branden. Hij zag er zo beroerd uit dat drie oude reuzen op onderzoek gingen. Ze vroegen zijn verloofde wat er met hem aan de hand was.
Ze kregen zo uitvoerig antwoord dat ze er geen enkele vraag meer tussen kregen.
Toen ze eindelijk wegliepen, schudden ze hun hoofden. De jongste verklaarde dat alles een oorzaak had. De tweede vond dat je beter helemaal kon omkeren dan half van richting veranderen. De oudste stelde vast dat te weinig spreken gevaarlijk was, maar te veel spreken kennelijk ook.
Met die wijsheid gingen ze ‘s nachts naar Halichem.
De koning schoot overeind toen hij hun voetstappen hoorde. Hij dacht dat zijn verloofde nog even kwam napraten.
‘Wij zijn het,’ zei de oudste. ‘Er zijn staatszaken te bespreken.’
De vuist van Halichem vloog langs zijn neus.
‘Bespreken?’
De oude reus hield zijn hoofd een stukje achteruit.
‘U moet niet trouwen.’
Halichem sloeg zijn armen om hem heen. Hij snikte van opluchting. Eindelijk een raad die kort genoeg was om uit te voeren.
‘Mijn volk moet dit ook weten,’ zei hij. Bij het aanbreken van de dag moesten de herauten, zijn boodschappers, het overal uitroepen: wie verstandig wilde blijven en zijn eigen leven wilde leiden, moest nooit trouwen.
De reuzen gehoorzaamden. Volgens dit verhaal kwamen er daarna geen nieuwe generaties meer, en stierf het hele reuzenvolk uit. De mensen, op wie ze zo neergekeken hadden, namen het land over.
Bij Echt bleef de reuzenwoning onafgebouwd, vertelde men.
Halichem had voor stilte gezorgd.