DDW in Eindhoven: een plein om te wachten, spelen en proberen
Van 17 tot en met 25 oktober 2026 plaatste Dutch Design Week acht grote installaties in het centrum en op Strijp-S. Ze gebruikten gewone handelingen in de stad als uitgangspunt voor ontwerp.

Een podium, een tribune en een kiosk kunnen op drie aanhangwagens passen. Kollektiv Plus X liet dat volgens het programma van Dutch Design Week zien met BLAUPAUSE: blauwe houten structuren die tijdelijk een andere inrichting aan een plein geven. Voor de editie van 2026 was het werk aangekondigd op het 18 Septemberplein in Eindhoven.
Van 17 tot en met 25 oktober bracht DDW acht grote installaties naar de openbare ruimte in het centrum en op Strijp-S. Tijdens het festival waren deze werken vrij toegankelijk. Dat gold voor deze installaties in de stad, niet voor het hele festival.
De projecten begonnen dicht bij dagelijks gebruik. Waiting for the Bus van Luca Ortmann maakte met gele stalen buizen een plek om te zitten, te leunen en te wachten op de Demer. In plaats van wachten alleen als verloren tijd te beschouwen, nam het ontwerp die handeling serieus. Hoe richt je een plek in waar mensen even niets anders hoeven te doen?
Op de Nieuwe Emmasingel kwam Huis, een installatie over drempels, van Studio Kars en Boom en RAUM. De organisatie beschreef een kleurrijke speelplek op wielen, bedoeld voor kinderen met en zonder beperking. Het uitgangspunt was samenspelen in de openbare ruimte.
FIELD van Isabel + Helen gebruikte weer een andere beweger: wind. De installatie op het Stadhuisplein bestond uit turbines op wielen die bezoekers konden verplaatsen. De stand van de onderdelen en de wind zorgden samen voor veranderende bewegingen. Daardoor was het werk ook een voorbeeld van een ontwerp waarvan de uitkomst niet volledig vastligt.
Dat proberen paste bij R.A.W., het thema van DDW 2026: Rebel Authentic Worth. De organisatie wilde behalve resultaten ook eerste versies en experimenten laten zien. Het programma ging dus niet alleen over producten die af zijn. Het gaf ruimte aan de vraag waarom een ontwerper iets anders zou willen inrichten.
De acht openbare installaties maakten die vraag concreet. Een zitplek, speelruimte of tijdelijk podium veranderde tijdens het festival de manier waarop een plein werd gebruikt. Een plek die voorbijgangers anders passeerden, werd zo ook een plek om een ontwerp uit te proberen.