Aan de Waddenzee schuift de vogeltrek het seizoen door
Half oktober is de steltlopertrek op Schiermonnikoog bijna voorbij. Bij Zwarte Haan zijn kluten en wulpen nog een reden om naar het wad te kijken.

Ieder voor- en najaar bezoeken volgens de Waddenvereniging miljoenen trekvogels de Waddenzee. Vogels die noordelijk broeden, komen in de nazomer naar het gebied. Sommige overwinteren er; andere reizen door naar het zuiden. De Waddenzee is zo een halte op een veel langere route.
Natuurmonumenten beschrijft het Waddengebied als schakel op de Oost-Atlantische trekroute, van Siberië en Noordoost-Canada via de Waddenzee naar de West-Afrikaanse kust. Op het Rif bij Schiermonnikoog is de najaarstrek van eind juli tot ongeveer half oktober het drukst.

Met hoogwater rusten aan de randen van het Rif volgens Natuurmonumenten onder meer wulpen, scholeksters, tureluurs, bergeenden en meeuwen. Dat is een ander beeld dan een doorlopende stroom vogels boven het strand: veel dieren gebruiken het wad juist om te rusten.
Bij Zwarte Haan noemt VisitWadden kluten, kanoetstrandlopers, wulpen, bonte strandlopers en rosse grutto’s. De toerismesite ziet augustus tot en met oktober als goede periode, met grote groepen kluten en andere steltlopers. Rond 14 oktober valt een bezoek dus aan het einde van het drukste trekvenster op het Rif, maar nog binnen het genoemde seizoen bij Zwarte Haan.
Wie bij Zwarte Haan gaat kijken, kan volgens VisitWadden minimaal een uur vóór hoogwater aanwezig zijn. De dijk biedt uitzicht. De kwelder onderaan de dijk is ongeschikt om vogels te benaderen: er is kans op verstoring en het water kan snel opkomen. De getijtafel voor 14 oktober bepaalt het geschikte aankomsttijdstip.
Voor rotganzen ligt de piek later. De Waddenvereniging schrijft dat het gebied vanaf eind november of begin december jaarlijks weer veel ganzen ontvangt. De rotgans broedt op de Siberische toendra en trekt in het najaar richting Nederland. Half oktober is daarom geen bevestigd hoogtepunt voor die soort.